Amparo, een Amerikaanse mestiza, stuit op het geheimzinnige verleden van haar overgrootmoeder: de jonge Mexicaanse liep van huis weg om aan een gearrangeerd huwelijk te ontsnappen, en ging met haar minnaar wonen bij de revolutionairen van Pancho Villa. Langzamerhand wordt het Amparo duidelijk dat haar welbewust niet alles is verteld over haar afkomst. Het lied van de Mexicana's is een meeslepende roman over vier generaties vrouwen; hun strijd, hun vechtlust, hun hartstocht...
Wie heeft nooit eens met zijn vinger de streep gevolgd die midden over de wereldkaart loopt? Thurston Clarke voegt de daad bij de droom als hij op zijn wereldreis de evenaar volgt. Op levendige wijze vertelt Clarke, van huis uit journalist, over de vele indrukken die hij opdeed en mensen die hij ontmoette in de ontwikkelingslanden aan de evenaar.
Een eenzame beuk op het terrein van concentratiekamp Buchenwald herinnert Jorge Semprun aan de spontane uitroep van een medegevangene, op een witte winterochtend in 1944: 'Wat 'n mooie zondag!' Het is voor de auteur aanleiding om verschillende fasen van zijn leven opnieuw onder de loep te nemen, met als resultaat dit boek, waarin Semprun in een mengeling van sarcasme, vertwijfeling en betrokkenheid afrekent met zijn communistische verleden. Zijn getuigenis is verweven met talrijke literair-filosofische verwijzingen, naar onder meer Goethe (wiens beroemde beuk op het terrein van Buchenwald gespaard. bleef), Léon Blum en William Faulkner.
Oorspronkelijk gepubliceerd in Harper's Magazine vol. 285 (1992), No. 1706 (01 07), pag. 60 (7). "To celebrate the 60th birthday of the dutch publisher De Bezige Bij. Donna Tartt have wrote this little story among other authors from the dutch publisher." 'Ik droomde van Nimmerland, van Disneyland, van Oz en van andere landen die helemaal geen naam hadden, met sprekende beren en zwaanprinsen. Soms ving ik, in de slaperige gloed van de gaskachel, een glimp op van het kampvuur van Huck en Tom, daar op hun zandbank in de Mississippi. En soms veranderde 's nachts het gerammel van een langsrijdende vrachtwagen in de logge tred van een dinosaurus die, met zijn kop boven de telefoondraden, kwam aansjokken door de maanovergoten verlaten straten.'
Once upon a time, there was a woman who discovered that she had turned into the wrong person. The woman is Rebecca Davitch, a 53-year-old grandmother. Is she an imposter in her own life? she asks herself. Is it indeed her own life? Or is it someone else's? On the surface, Beck, as she is known to the Davitch clan, is outgoing, joyous, a natural celebrator. Giving parties is, after all, her vocation-something she slipped into even before finishing college, when Joe Davitch spotted her at a party in his family's crumbling 19th century Baltimore row house, where giving parties was the family business. What caught his fancy was that she seemed to be having such a wonderful time. Soon this large-spirited older man, a divorcé with three little girls, swept her into his orbit, and before she knew it, she was embracing his extended family plus a child of their own and hosting endless parties in the ornate, high-ceilinged family home. Now, some 30 years later, after presiding over a disastrous family picnic, Rebecca is caught unawares by the question of who she really is. How she answers it-how she tries to recover her girlhood self, that dignified grownup she had once been-is the story told in this beguiling, funny and deeply moving novel.
Po Rozhorčení, ktoré bolo príbehom mladosti, vlastne ešte len dospievania, vracia sa Roth k problematike, ktorou sa zapodieval v románe Everyman/Ktokoľvek - k starnutiu, strate telesných, ale najmä duševných schopností a vedomiu blížiacej sa smrti. Tentoraz je hrdinom človek-individualita, neopakovateľný a s nikým iným nestotožniteľný, celebrita, slávny divadelný a filmový herec Simon Axler, ktorý sa vo veku šesťdesiatich piatich rokov stane obeťou psychickej krízy - odrazu nie je schopný hrať, stráca uveriteľnosť, dôveryhodnosť, a uvedomuje si to nielen sám, ale nanešťastie vidia to aj kritici. Prichádza depresia, a to až taká hlboká, že sa rozhodne na mesiac uchýliť do psychiatrického ústavu a po jeho absolvovaní sa utiahne na vidiek. Medzičasom ho opustí manželka, ktorá odíde do Kalifornie dozerať na svojho syna-narkomana. Ten však zomrie na predávkovanie drogami a manželka pred návratom uprednostní rozvod. Hrdina ostáva sám, apatický a nespoločenský.
Sabbaths theater is een komische schepping van epische allure, en Mickey Sabbath is een gargantueske hoofdpersoon. In zijn eenentwintigste roman is Philip Roth (Newark, 1933) op het hoogtepunt van zijn kunnen. Mickey Sabbath is een tierende reus, de diabolische en scandaleuze poppenspeler die eens gearresteerd werd wegens handtastelijkheid bij een jeugdige studente. Op vierenzestigjarige leeftijd is Sabbaths houding nog even vijandig als toen en speelt zijn buitensporige geslachtsdrift hem nog steeds parten. Sabbath vereert de ontucht als principe. Hij heeft een heftige, erotische relatie met Drenka, de wellustige vrouw van een Joegoslavische hotelhouder. Sabbath raakt volledig uit zijn doen als zij plotseling aan kanker sterft. Beroofd van zijn Drenka, zijn enige liefde, wordt hij belegerd door de geesten van hen die hem het meest hebben liefgehad of gehaat. Mickey Sabbath begint een wanhopige zoektocht in zichzelf en naar zijn verleden. Hij weet een eindeloze serie kluchtige rampen te ontketenen die hem aan de rand van de waanzin en aan het einde van zijn krachten brengen.