‘Duecento’ is een systematisch geordende reeks beschouwingen over het gebied van Italië in de 13e eeuw. Het is voortgekomen uit het proefschrift van de auteur. De centrale gedachte is hoe landschap en geschiedenis een cultuur bepalen. Het Duecento begint met Franciscus die, half blind en ziek, het Zonnelied zingt, en het eindigt als Dante zich in een van de steden van zijn ballingschap neerzet om de eerste terzine van zijn ‘Divina Commedia’ te schrijven. Daar tussen ligt een eeuw van grootheid, heiligheid en verwording zonder weerga. Alles is heftig aan deze tijd, niets ontwikkelt zich geleidelijk. Terwijl de bouwmeesters nog de Romaanse modellen natekenen, en de byzantiniserende mozaïeken nog gloeien in de kerken, ontwerpt Frederik II, de laatste grote Staufenkeizer, in het Zuiden een volop moderne staat. In het Noorden schieten de stadsrepubliekjes als paddenstoelen uit de grond. De strijd tussen paus en keizer wordt met alle machtsmiddelen eindelijk uitgevochten, en zoals gewoonlijk blijken aan het slot beiden verloren te hebben. Franciscus en de zijnen geven voor eeuwen aan de christelijke gevoeligheid een nieuwe richting. Tussen het curie-Latijn schiet onverwacht een rijke Italiaanse poëzie omhoog, waarin gevloekt en gebeden wordt als nooit tevoren. Het einde van de wereld wordt verwacht, en ondertussen klinken de eerste tonen van de Europese muziek.Hélène Nolthenius studeerde muziekwetenschap en promoveerde op ‘De oudste melodiek van Italië’, een studie over de invloed van de franciscaanse beweging op de autochtone muziek van Italië. Beide elementen, Franciscus en muziek, komen prominent aan bod in dit boek, haar debuut in 1951.In deze editie, de zevende druk uit 1995, heeft zij haar taalgebruik minder weelderig, deftig en archaïserend gemaakt, het wetenschappelijke fundament en de humor zijn gebleven.
Hélène Francisca Nolthenius Knihy
