Bookbot

Parametre

  • 405 stránok
  • 15 hodin čítania

Viac o knihe

Biologische psychiatrie is sinds de tweede helft van de 19e eeuw een belangrijk onderwerp, met een zoektocht naar biologische oorzaken van psychiatrische aandoeningen. Zelfs Freud richtte zich op deze richting, hoewel de kennis en technieken in de vroege 20e eeuw nog niet toereikend waren voor significante vooruitgang. Dit leidde tot een focus op het observeren en categoriseren van psychiatrische ziektebeelden, waarbij Kraepelin een cruciale rol speelde en zijn invloed terug te vinden is in de DSM. Tegelijkertijd ontwikkelden psychologen fysiologische theorieën, met de leertheorie als een belangrijke. Freud's psychoanalyse domineerde de psychiatrie tot ver in de 20e eeuw, waarbij de nadruk lag op vroegkinderlijke ervaringen. Echter, deze benadering verloor aan invloed door de zwakke fundamenten. In de late jaren vijftig werden de eerste moderne psychofarmaca geïntroduceerd, maar een echte doorbraak in de biologische psychiatrie bleef uit, mede door de opkomst van de antipsychiatrie in de jaren zestig en zeventig, die afwijkend gedrag als een maatschappelijk probleem beschouwde. Pas aan het eind van de jaren zeventig kon de biologische psychiatrie herleven met succesvolle nieuwe medicijnen en technieken die breinprocessen zichtbaar maakten. Tegenwoordig heeft de biologische psychiatrie drie onbetwiste kwaliteiten verworven: niveau, legitimiteit en wetenschappelijk aanzien. De Nederlandse psychiatrie heeft de afgelopen 15 jaar

Nákup knihy

Handboek Neurobiologische psychiatrie, Johannes Eduard Joseph Marie Hovens, Antonius Joseph Maria Loonen, Leo Timmerman

Jazyk
Rok vydania
2004
product-detail.submit-box.info.binding
(pevná),
Stav knihy
Poškodená
Cena
17,46 €

Platobné metódy

Nikto zatiaľ neohodnotil.Ohodnotiť

Jazyk
holandsky
Vydavateľ
De Tijdstroom
Rok vydania
2004
Väzba
pevná
Počet strán
405
ISBN10
9058980499
ISBN13
9789058980496
Série
Štítky
Psychiatria
Anotácia
Biologische psychiatrie is sinds de tweede helft van de 19e eeuw een belangrijk onderwerp, met een zoektocht naar biologische oorzaken van psychiatrische aandoeningen. Zelfs Freud richtte zich op deze richting, hoewel de kennis en technieken in de vroege 20e eeuw nog niet toereikend waren voor significante vooruitgang. Dit leidde tot een focus op het observeren en categoriseren van psychiatrische ziektebeelden, waarbij Kraepelin een cruciale rol speelde en zijn invloed terug te vinden is in de DSM. Tegelijkertijd ontwikkelden psychologen fysiologische theorieën, met de leertheorie als een belangrijke. Freud's psychoanalyse domineerde de psychiatrie tot ver in de 20e eeuw, waarbij de nadruk lag op vroegkinderlijke ervaringen. Echter, deze benadering verloor aan invloed door de zwakke fundamenten. In de late jaren vijftig werden de eerste moderne psychofarmaca geïntroduceerd, maar een echte doorbraak in de biologische psychiatrie bleef uit, mede door de opkomst van de antipsychiatrie in de jaren zestig en zeventig, die afwijkend gedrag als een maatschappelijk probleem beschouwde. Pas aan het eind van de jaren zeventig kon de biologische psychiatrie herleven met succesvolle nieuwe medicijnen en technieken die breinprocessen zichtbaar maakten. Tegenwoordig heeft de biologische psychiatrie drie onbetwiste kwaliteiten verworven: niveau, legitimiteit en wetenschappelijk aanzien. De Nederlandse psychiatrie heeft de afgelopen 15 jaar